Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

U bevindt zich hier:

Duur van de antistollingsbehandeling

Geplaatst: 17-2-2019

4753 keer gelezen

Een antistollingsbehandeling stopt pas als de kans op trombose of embolie heel klein is geworden, of verdwenen. Een andere reden voor beëindiging is een verhoogde kans op een bloeding.

Over de duur van de behandeling wordt beslist door uw behandelend arts en niet door uw trombosedienst. Bij sommige aandoeningen is een levenslange antistollingsbehandeling noodzakelijk. Voorbeelden: boezemfibrilleren, mechanische kunstklep in het hart, sommige andere hartafwijkingen en herhaald optreden van een trombosebeen of longembolie. Een tijdelijke antistollingsbehandeling komt onder andere voor na een orthopedische operatie (zes weken tot drie maanden), een trombosebeen (meestal drie tot zes maanden), of een longembolie (meestal zes maanden). Bij een erfelijke risicofactor bekijkt de arts individueel of (en hoe lang) de antistollingsbehandeling gecontinueerd wordt.


Laatst gewijzigd:

15 februari 2011