Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

U bevindt zich hier:

De trombosedienst. Hoe werkt dat?

Geplaatst: 17-2-2019

5575 keer gelezen

De komende tijd bent u onder controle van de trombosedienst. Regelmatig zal er bloed bij u worden afgenomen. Dat doet de medewerker van de trombosedienst.

Normaal gesproken gebeurt dit bij de trombosedienst of in een prikpost bij u in de buurt (poliklinisch). Soms vindt ook bloedafname thuis plaats. Het afnemen van bloed aan huis zal alléén kunnen plaatsvinden als hier medisch aanwijsbare redenen voor zijn.
Degene, die bij u bloed afneemt, is tegelijk uw contactpersoon bij uw trombosedienst. Heeft u problemen of vragen over de behandeling met antistollingsmiddelen, vertel het dan aan deze persoon. Wellicht krijgt u direct antwoord. En zo niet, dan wordt uw vraag en/of uw probleem voorgelegd aan de arts van uw trombosedienst.
De trombosedienst informeert u. Maar andersom is minstens zo belangrijk. Houd uw trombosedienst op de hoogte. Bijvoorbeeld als u andere medicijnen voorgeschreven heeft gekregen of juist met innemen ervan moet gaan stoppen. Bent u ziek (griep, koorts, diarree), meld dat dan aan uw trombosedienst. Dat is belangrijk. Het kan namelijk gevolgen hebben voor het aantal tabletten dat u krijgt voorgeschreven.
U wordt geprikt omdat de arts van uw trombosedienst de mate van het antistollende effect in uw bloed wil weten. Dit wordt bepaald in het laboratorium. Aan de hand van de uitslag wordt vastgesteld hoeveel tabletten u dient in te nemen. De dag nadat u geprikt bent, ontvangt u per post een doseringskalender waarop per dag precies staat vermeld hoeveel tabletten u de komende periode dient in te nemen en wanneer u weer gecontroleerd dient te worden. De dosering van het antistollingsmiddel is individueel, uw dosering kan dus verschillen met die van andere trombosedienstpatiënten.


Laatst gewijzigd:

17 februari 2011