Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

U bevindt zich hier:

Atriumfibrilleren (boezemfibrilleren)

Onderstaand vindt u algemene informatie over atriumfibrilleren (boezemfibrilleren).

Wat is een atrium?

Het atrium is een deel van het hart. In het hart zitten vier holtes. Bovenaan zitten het linker en het rechter atrium, ook wel linker en rechter hartboezem genoemd. Onderaan zitten de linker en de rechter ventrikel, ook wel linker en rechter hartkamer genoemd. Het bloed stroomt het hart binnen via de boezems en wordt vervolgens door de kamers naar buiten gepompt. Atriumfibrilleren betekent letterlijk "trillen van de hartboezem".

Wat is Atriumfibrilleren?

Het hart klopt volgens een bepaald ritme. Wanneer u zich inspant, klopt uw hart sneller dan wanneer u rustig in een stoel zit. Klopt uw hart te snel (ook als u rustig in een stoel zit) of onregelmatig (harde en zachte slagen door elkaar), dan kan er sprake zijn van een hartritmestoornis. Atriumfibrilleren is zo'n hartritmestoornis waarbij het hart onregelmatig en meestal ook sneller klopt (vaak meer dan 100 slagen per minuut, terwijl u zich niet eens inspant). Of er echt sprake is van Atriumfibrilleren, kan alleen worden gezien op een hartfilm (ECG).

Atriumfibrilleren

 

Wat zijn de verschijnselen?

Veel mensen met Atriumfibrilleren hebben weinig of geen klachten. Sommige mensen voelen hun hart onregelmatig of snel kloppen. Dit kan beangstigend zijn. U voelt zich misschien snel moe, bijvoorbeeld bij lichamelijke inspanning. U kunt duizelig worden of u krijgt een licht gevoel in het hoofd. Atriumfibrilleren kan binnen twee dagen vanzelf overgaan, waarna het niet meer terugkomt.

Bij sommige mensen duurt het langer of komt het steeds terug. Het bloed in het hart kan daardoor wat trager gaan stromen. Er is dan een kleine kans dat er stolsels ontstaan. We noemen dit trombose. Soms kan een stolsel het hart verlaten en in een bloedvat in de hersenen terechtkomen. Dit noemen we een beroerte. Daarom krijgt u, als bij u atriumfibrilleren is vastgesteld over het algemeen ook antistollingsmedicatie voorgeschreven en wordt u doorverwezen naar de trombosedienst.

Hoe ontstaat het?

Bepaalde zenuwvezels zorgen ervoor dat uw hart steeds een signaal krijgt om te kloppen. Bij Atriumfibrilleren lopen allerlei signalen door elkaar, waardoor uw hart onregelmatig klopt. Deze ontregeling kan kortdurend optreden, bijvoorbeeld bij een stoornis van de schildklier, bij een longontsteking of direct na een hartinfarct of een hartoperatie. Atriumfibrilleren kan ook worden uitgelokt door extreme inspanning of stress, door een stevige maaltijd, door het drinken van veel alcohol of koffie, door drugs of door bepaalde medicijnen.

De kans op Atriumfibrilleren is groter bij mannen, bij ouderen (75 plussers), bij mensen met een hartklepafwijking, een hartziekte, hoge bloeddruk of suikerziekte (diabetes). De precieze oorzaak blijft vaak onbekend.

Behandeling van atrium/boezemfibrilleren.

De behandeling van atrium/boezemfibrilleren is gericht op het onder controle houden van de symptomen en het voorkomen van complicaties. Overmatig alcoholgebruik en schildklieraandoeningen kunnen de aandoening verergeren en daartegen moeten dan ook voorzorgsmaatregelen worden genomen. Daarnaast kunnen medicijnen worden voorgeschreven om Atriumfibrilleren onder controle te houden.

Het normale hartritme is soms ook te herstellen door middel van cardioversie (electrische schok). Voordat dit gebeurt, is het van groot belang dat de patiënt medicijnen krijgt die de vorming van bloedstolsels in de boezems tegengaan of eventuele reeds bestaande bloedstolsels oplossen.

(bron: Nederlandse hartstichting)


Laatst gewijzigd:

22 maart 2011