Deze website maakt gebruik van cookies.   Meer informatie Sluiten

U bevindt zich hier:

Trombose en longembolie

Als het evenwicht tussen het stollingssysteem en het antistollingssysteem verstoord is, kan trombose optreden. Er ontstaat een bloedstolsel in de bloedsomloop dat niet helemaal wordt afgebroken. Dit bloedstolsel zet zich vast aan de wand van een bloedvat.

Bij een diepe veneuze trombose heeft een bloedstolsel een ader(vene) geheel of gedeeltelijk afgesloten. De meeste diepe veneuze tromboses treden op in de benen of in het bekken. Ook kan een gedeelte van een stolsel loslaten en met het bloed naar andere delen van het lichaam stromen. Als het bloedstolsel in een bloedvat van de longen vast komt te zitten, ontstaat een longembolie. Bij een longembolie wordt een gedeelte van de long uitgeschakeld.

Trombose1 Trombose2 Trombose3 Trombose4

Verschijnselen van trombose

Lang niet iedereen merkt dat hij of zij een trombose heeft en anderen hebben juist veel klachten. Als een bloedstolsel een ader in uw been afsluit, kan het bloed niet meer goed weg. Vervolgens wordt uw kuit of uw hele been dik. Uw been voelt dan vaak warm aan en kan rood-paars van kleur zijn. De huid kan strak zijn en glanzen. Het been doet vaak pijn en lopen kost u moeite.
Om een trombose vast te stellen zal de huisarts of specialist een echo van uw been laten maken.

Trombosebeen

Verschijnselen van longembolie

Als een bloedstolsel een bloedvat in de long afsluit, krijgt een deel van de long geen bloed en daarmee ook geen zuurstof. Hierdoor kunt u kortademig worden of pijn bij de ademhaling krijgen. Misschien geeft u bij het hoesten een beetje bloed op. Om een longembolie vast te stellen zullen enkele onderzoeken bij u worden gedaan.

Onstaan van trombose en longembolie

Trombose kan ontstaan door belemmeringen in de bloedstroom, door veranderingen in de samenstelling van het bloed of door beschadiging van de vaatwand. Vaak gaan deze factoren samen.

Belemmeringen in de bloedstroom

Vanuit de benen stroomt het bloed alleen goed naar het hart terug als de kleppen in de aders functioneren en als beenspieren zich regelmatig samentrekken. Langdurig stilliggen, bijvoorbeeld tijdens een operatie, bij verlamming of tijdens een lange (vlieg)reis, is een veelvoorkomende oorzaak van trombose.

Veranderingen in samenstelling van het bloed

Door verschillende oorzaken kan de samenstelling van het bloed veranderen. Bijvoorbeeld door:

Hormonen
Door de anticonceptiepil kan de samenstelling van het bloed zodanig veranderen, dat de kans op een veneuze trombose groter wordt. Tijdens de zwangerschap kan de verandering in hormonen de bloedstolling ongunstig beinvloeden. Ook hormonen die gebruikt worden rondom de overgang, bij borstkanker en bij IVF kunnen hetzelfde effect hebben.

Ziekte
Ziekten zoals kanker of infecties kunnen de samenstelling van het bloed veranderen. Het is ook ongunstig als u in bed moet blijven of operaties of andere ingrepen moet ondergaan.

Geneesmiddelelen
Bepaalde vormen van chemotherapie of hormonale behandeling van kanker hebben een ongunstig effect op de samenstelling van het bloed.

Erfelijkheid
Soms kan het zo zijn dat u trombose krijgt door een erfelijke stollingsstoornis. Uw specialist zal als hij hier redenen voor ziet onderzoek naar doen.

Beschadiging van de vaatwand
Trombose als gevolg van een beschadiging van de vaatwand kan optreden bij een ongeval op operatie.


Laatst gewijzigd:

17 maart 2011